Gros manseng

gros manseng

De gros manseng had bijna het loodje gelegd in Frankrijk. In het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw was de druif nog slechts welkom op 90 hectare, waarvan de meeste  in het zuidwesten van Frankrijk. In Gascogne en in Jurançon werd er nog wat mee gewerkt, maar razend enthousiast werden de wijnmakers er niet meer over. 

Weliswaar was het een druif die kwistig zijn liters doneerde (80 hl. per hectare was geen probleem), maar tijdens het maken ontpopte hij zich maar al te vaak als een lastpak. Te voorzichtig persen leverde fletse en weinig uitgesproken wijn op en ‘m te stevig aanpakken kon daarentegen weer leiden tot rauw, bonkig, donker wit met straffe bitters. 

Maar nieuwe en vooral verfijndere vinificatiemethoden luidden de revival van de gros manseng in. Bovendien levert hij in de juiste handen mooi wit op, met veel pit en hoge zuren. Ondanks zijn vaak stevige alcoholpercentage (13,5% is bij een gros manseng geen uitzondering) blijft een goedgemaakte wijn toch heerlijke, sappige zuren houden. 

Hij vormt dan ook een heerlijk alternatief voor wie wel eens iets anders wil dan bijvoorbeeld sauvignon blanc. Verbazingwekkend is het dan ook niet dat er in Frankrijk inmiddels al weer 3000 hectare is aangeplant. Nog steeds in Gascogne en in Jurançon, maar in Languedoc werkt ook Mas de Daumas, de officieuze enige grand cru van de streek, er nu mee. 

Ook buiten Frankrijk heeft de gros manseng zich inmiddels gevestigd. De uiterst recalcitrante Randall Grahm van Bonny Doon uit Californië heeft ‘m aangeplant. En ook in het koele Uruguay wordt er volop mee geëxperimenteerd.