Negroamaro

negroamaro

‘Zwart bitter’ luidt de vertaling van negroamaro, een van de vele autochtone druiven die Italië kent. Nu klinkt dat eerder als een medicijn tegen een middeleeuwse ziekte dat juist na inname tot een zekere en vooral langzame, pijnlijke dood leidt. Maar de druif uit het zuidelijke Puglia presenteert zich anders dan zijn naam doet vermoeden. Als Salice Salintino, waarvan de druif de ruggengraat – vaak fungeert de malvasia nera als zijn sidekick-, zorgt hij juist voor een levendige, schone en mondvullende rode wijn. 

Tot voor kort echter werd de negroamaro in het zuiden slechts beschouwd als ingrediënt. En dat stemde de negroamaro bitter. Maar een kentering in deze gemoedstoestand lijkt aanstaande. Steeds meer Zuid-Italiaanse producenten beschouwen de negroamaro als een druif die gezien mag worden. De afgelopen tijd krijg ik dan ook opvallend veel flessen uit de hak van de Laars aangereikt waar de negroamaro als variëteit wordt benadrukt. 

Zoals bijvoorbeeld in de Capoposto van Alberto Longo. Donkerzwartpaarse kleur. Het opmerkelijke parfum van een apotheek annex fruitstal. Een zachtzoete, wat medicinale geur –ouderwetse hoestdrank!- gemixt met zonnig zwart fruit. Fluwelen mondgevoel waarin rijpe, zoete bramen en donkere, zacht-bittere kersen zich verdringen. Deze rode zuiderling wordt vooral aanbevolen bij lamsstoverij of zelfs bij ‘polpi in purgatorio’, octopus gekookt in tomaat, knoflook, peterselie en diavolicchio, pikante pimento. Maar ik liet mijn Capoposto vergezellen door een hamburger van de biologische slager. Een vrolijk stemmende combinatie.