Petit verdot

petit verdot

In Bordeaux hadden ze op een gegeven moment de buik vol van de petit verdot. Deze ‘hulpdruif’ werd in een lichter jaar ingezet om wat meer kleur en body te geven als bijvoorbeeld een hoofdrolspeler als cabernet sauvignon wat tekort kwam. Vooral in de Médoc en in Margaux werd hij in de wijngaarden met open armen ontvangen. 

Dertig procent van de wijngaarden van het  wereldberoemde Château Margaux bestond in de 19e eeuw uit petit verdot. Het was dan ook een machtig interessante druif die, als hij helemaal rijp was, prachtige extra dimensies aan een wijn gaf. Een diepe paarse kleur, een zweempje bananengeur, op latere leeftijd overgaand in viooltjes, de smaak van specerijen. Grote probleem van de ‘petit’ was nu juist echter dat ‘helemaal rijp’ worden. Daar was hij alleen toe bereid tijdens aangenaam warme jaren, en dan werd hij dat zelfs nog later dan de druif die hij een handje moest helpen. Wachten tot dat het geval was –dat gebeurde in Bordeaux gemiddeld één keer in de vijf jaar- had weinig zin, want de anders hulpbehoevende cabernet was dan gewoonlijk zelf wel op krachten gekomen. 

In de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw hadden de wijnmakers in Bordeaux genoeg van deze zonaanbidder. En masse werden de wijngaarden gerooid. En als de ‘Bordelais’ een beetje een vooruitziende blik hadden gehad dan hadden ze toen meteen ook nog een tienduizend hectare cabernet sauvignon omgeschoffeld. Dat had voorkomen dat Bordeaux nu niet de icoon was van de wijncrisis waarin Frankrijk verkeert. In ieder geval, petit verdot kreeg –nomen est omen- een nog kleiner rolletje toebedeeld dan hij al had. 

Begin jaren negentig was de druif in Frankrijk nog maar op 300 hectare wijngaard welkom. En langzaam maar zeker dreigde hij zelfs helemaal in de vergetelheid te verdwijnen. Tot de hulpdruif zelf te hulp werd geschoten. Door wijnmakers die zijn kwaliteiten herontdekten en hun tenten hadden opgeslagen op plaatsen waar de druif wel tot volledige wasdom kon komen. Zoals op enkele plekken in Toscane waar het gekende Chiantidomein Castello dei Rampolla er meewerkt, maar naar ik weet alleen nog als blenddruif.  

In La Mancha in Spanje gunt de heftig experimenterende Marqués de Griñón de petit verdot echter wel een hoofdrol. Volgens mij staat deze op de wijnkaart van tweesterrenrestaurant van Ron Blaauw in Ouderkerk aan de Amstel. Het zal ook niemand verbazen dat ook een aantal landen in de Nieuwe Wereld de petit verdot asiel heeft aangeboden. 

In het warme Riverland in Australië is hij welkom geheten, evenals in sommige valleien in Chili en Argentinië. En in Californië staat hij inmiddels eveneens van het zonnetje te genieten. Maar ook in Frankrijk’s eigen Nieuwe Wereld, Languedoc-Roussillon, blijkt de petit verdot te aarden. De vins de Pays d’Oc van Domaine du Vieux Moulin en Preignes Le Vieux zijn van harte aanbevolen.