Tempranillo

tempranillo

Spanje in optima forma. Dit is de druif die Rioja op de kaart heeft gezet. Maar ook in het thans veelbezongen Ribera del Duero is hij het helemaal. De smaak laat zich misschien het beste omschrijven als een kruising tussen pinot noir en cabernet sauvignon. Maar laat ze dat in Spanje niet horen. Daar beschouwen ze ‘m namelijk als uniek. 

Hoe smaakt ie dan? Als ie echt goed gelukt is kersen, aardbeien, zwarte bessen, pruimen(jam), cacao, alle gedrapeerd op een bedje van fluweel, bestrooid met wat vanille (als er ook houtlagering in het spel is geweest), soms wat gedroogd fruit en wat zachte zuren. Heel lekker dus, als de makers maar niet al te scheutig zijn geweest met eikenhout. Ook in Navarra proberen de wijnmakers de tempranillo zijn verrukkingen te ontlokken. En dat lukt regelmatig. In Somontano maakt men er een fraaie wijn van. 

Elders op het Iberisch schiereiland doet Portugal een duit in het zakje, al heet hij daar de Tinta Roriz. En ook uit Argentinië en Australië heb ik wat temperamentvolle tempranillo’s geproefd. Vergis je overigens niet: tempranillo kent heel veel ‘pseudoniemen’. Zo gaat hij tevens door het leven als cencibel (ook leuk), tinto del pais, tinto de toro en ull de de llebre, om er maar een paar te noemen. Maar de meeste wijnmakers zijn nu wel zo ver dat ze hem als tempranillo op het etiket zetten. Die is veel bekender.