Trebbiano

trebbiano

De trebbiano wordt wel Italië’s onvermijdelijke druif genoemd. De hele Laars zit er dan ook vol mee. Van beneden naar boven, overal is trebbiano. Dan weer als solist, dan weer als ingrediënt. In verdicchio, orvieto, lugana, frascati en soave. Trebbiano, trebbiano, trebbiano. Nu is er welbeschouwd ook eigenlijk geen sprake van één druif, het is meer een familie. Maar dan wel een heel machtige. Die zo rond éénderde van de totale Italiaanse witte wijnproductie opeist. Met vertakkingen in meer dan tachtig Italiaanse DOC’s. En natuurlijk–associaties met de maffia dienen zich aan- nimmer acterend onder dezelfde naam. 

Zo hanteert de druif aliassen als trebbiano gialo, trebbiano Romagnolo, trebbiano di Soave, trebbiano di Lugana en trebbiano della Fiamma. En één familielid heeft het zelfs zover geschopt dat het grote rood van Toscane, de chianti, decennia lang niet gemaakt mocht worden zonder inbreng van trebbiano Toscano. Het klinkt als een prachtige conduitestaat voor een onvermijdelijke druif. Toch kan de wijn waar hij zijn diensten aan verleent in de meeste gevallen maar beter worden vermeden. 

Saaiheid is een belangrijke karaktertrek van trebbiano. Zuren de vulling van zijn DNA. Een neutrale smaak zijn claim to fame. Geen wonder dat de druif in het zuidwesten van Frankrijk – waar deze zich als ugni blanc uitgeeft – het vaak helemaal niet tot wijn schopt maar direct richting de armagnacketels wordt gedirigeerd. Zijn er uitzonderingen? Maar natuurlijk. Dan tref je een prachtige, energieke bianco. Flirtend met peren, rinse goudrenet, de milde bitters van witlof, de zuren van rabarber. Een verrukkelijke wijn is dat dan, sappig en gevuld.