Viognier

viognier

De viognier wordt wel beschouwd als de diva onder de druiven. Ze kan buien hebben waar die van Maria Callas bij in het niet vallen. Tref je haar op een slechte dag dan ruikt ze als goedkope eau de cologne en smaakt ze als Palmolive zeep die opgelost is in wodka.’noteerde wijnschrijver Stuart Pigott ooit. 

Als een viognier echter een goede dag heeft, dan valt er een hoop aan te genieten. Alleen dient er dan wel flink in de buidel getast te worden. Top-viognier is zeldzaam. Condrieu, waaraan de druif zijn faam dankt, telde in 1965 maar acht hectare. En met de 1900 liter die daarvan afkwam, moesten de liefhebbers zich maar tevreden stellen. Inmiddels huisvest de appellation in de noordelijke Rhône weliswaar een dikke honderd hectare, maar ook die kunnen bij lange na niet voorzien in de groeiende vraag. En een prijs van veertig euro per fles of meer vormt geen enkele belemmering. 

Nu valt die populariteit te begrijpen. De wijndrinker met budget wil ook wel eens wat anders dan die eeuwige zacht-romige chardonnay of de inmiddels ook al onvermijdelijke fris-puntige sauvignon blanc. En Condrieu biedt ‘m een uniek alternatief. Wijnschrijvers Oz Clarke en Margaret Rand karakteriseren wijn van de viognier onder andere als ‘hebbende het gewicht, de zachtheid en de souplesse van een chardonnay met eiken –‘maar dan zonder eiken’. Ik kan daar nog wel wat geur- en smaakschakeringen aan toevoegen. 

Ik dronk laatst nog een fraai exemplaar in restaurant Sophia. Bij deze van Christophe Pichon uit het legendarische jaar 2004 noteerde ik: ‘Delicaat geurend naar bloesem, honing en tutti fruit, de smaak van gedroogde abrikoos en perzik, een fijne peperigheid plus een flinterdunne lijn zachte zurigheid zoals in crème fraîche  die constant de mond opfrist en andere smaken annonceert, waaronder gember en rozemarijn’. Enfin, je zou er zo maar lyrisch van kunnen worden. Nu had de sommelier mij hier ook een modelletje ingeschonken dat ook Pigott wel zou hebben bevallen. De slechte dag van de diva waarover hij rept, geldt dan ook niet zozeer voor Condrieu, maar voor voordeliger viognier van buiten de grenzen van de appellation. 

Elders in de Rhône wordt er ondertussen namelijk ook mee gewerkt. De Languedoc in het zuiden van Frankrijk telt inmiddels het grootste wijngaardareaal ter wereld en bij buurtgenootjes Languedoc en Provence is er eveneens flink aangepoot. Bovendien wilden Nieuwe Wereld-wijnmakers in Chili, Australië en Californië ook wel ‘ns een poging wagen. Maar populair betekent niet altijd lekker. 

Tussen de vele inspanningen tref ik regelmatig uitvoeringen die de minder aantrekkelijke karaktereigenschappen van ‘de diva’ accentueren. Dan is het plots een goedkoop (Palmolive) soapsletje met uitgelopen make up. Lomp in de mond, met dijen als volle fietstassen, schreeuwerig door een overdosis alcohol, een vermoeiende, overaanwezige tafelgenoot. Viognier vraagt, om in showbizzjargon te blijven, dan ook om een goede manager. Eentje die weet dat zij het beste presteert op zanderige grond, met bij voorkeur graniet eronder. En die haar vervolgens precies op tijd ‘brengt’. Niet te vroeg plukt, omdat dit wel voor voldoende ‘zoet’ zorgt, maar vervolgens het unieke aroma doet ontberen. Te laat plukken daarentegen resulteert in een olieachtige, slome vloeistof. Ook is voorzichtigheid met eiken geboden. ‘De diva’ heeft het, gek genoeg misschien, niet zo op de planken. Niet of nauwelijks gebruiken, is het devies. Een wijn die zo geurig en smaakvol is, heeft immers helemaal geen extra smaakmakers nodig.