Cabernet franc

cabernet franc

De cabernet franc wordt wel de druif voor gevorderde wijndrinkers genoemd. Mede debet aan deze reputatie is dat de fameuze en schier onbetaalbare wijn van het beroemde Château Cheval-Blanc de voor een Saint-Émilion ongebruikelijke hoge ‘dosering’ van 60 procent van cabernet franc bevat. Bovendien is een inmiddels veel beroemdere familielid uit zijn dna-materiaal ontsproten: cabernet sauvignon is het resultaat van een romance tussen de cabernet franc en de sauvignon blanc. 

Maar waar kindlief furore maakte in Bordeaux en ook de wijnmakers elders op deze aardbol aan zijn voeten kreeg, bleef de populariteit van de cabernet franc bij het grote publiek echter beperkt. In Bordeaux is er – behalve dan in Cheval-Blanc – niet meer dan een bijrolletje voor ‘m weggelegd. Cabernet franc wordt er veelal gezien als een nauwelijks noodzakelijk kruiderijtje in ‘de grote wijnen’. En in Italië, Californië, Australië, Chili en Nieuw-Zeeland hebben een paar thrillseekers ‘m aangeplant, maar toch vaak louter en alleen uit blendoverwegingen. 

De echt gevorderden beschouwen die wijnen dan ook niet als ‘the real thing’ en wenden de steven noordwaarts richting de Loire. In dit koelere klimaat zijn de rollen omgekeerd en is juist cabernet sauvignon tweede keus. Is het jaar heel goed dan gebruiken de boeren  wel eens een ‘shotje’ om hun rood wat meer intensiteit mee te geven, maar verder is in de Loire de cabernet franc de held. 

Toch blijft het oppassen geblazen met ‘m. Want niet alle wijnboeren weten raad met deze vedette. Onzorgvuldig vinifiëren, te vroeg oogsten en/of een verkeerde ondergrond resulteren in grimmige, harde, onrijpe, groene wijn. En merkwaardigerwijze komt juist hiervan het meeste van op de markt, waardoor de reputatie van de Loire als gebied van rode kwaliteitswijnen niet al te best is. Maar de liefhebber die een beetje de weg weet, wil nog wel eens tegen iets fraai rood aanlopen, waarin de cabernet franc zich van zijn beste kant laat zien.