Philippe Pacalet (maakt verrukkelijke Bourgognes) na een bezoek aan Sancerre: ‘Geen wijnboer te bekennen daar behalve de Cotats natuurlijk.’

Pierre Breton (maakt verrukkelijke Bourgueils): ‘Of er goede sancerres zijn, naast die van de Cotats? Nee.’

Enorm frustrerend moet dat zijn, sauvignonboer wezen. Want hoe je ook je best doet met je sauvignon blanc-druifjes, op de achtergrond knaagt de deprimerende wetenschap dat de Cotats het toch beter doen. Want al zijn de heren wat te streng, er zijn wel degelijk prima andere sancerres, Cotat is hors concours.

De Cotats maken namelijk niet die (hopelijk) frisse witte wijn die zo goed verkoopt omdat sancerre voor Amerikanen zo makkelijk uit te spreken is. De Cotats maken échte sancerres. Meervoud, want iedere wijngaard geeft z’n eigen karakter aan de druiven. Bij de Cotats ruik je niet alleen sauvignon, niet alleen sancerre. Je ruikt sauvignon van Les Culs de Beaujeu, van Les Monts Damnés of van La Grande Côte. Je ruikt de verschillende wijngaarden rond het dorpje Chavignol, vanouds de premier cru de Sancerre. Ook vermaard om z’n geitenkaasjes, de ‘crottins’ met een eigen appellation contrôlée. Het zijn ook zo ongeveer de enige sauvignons die je kunt bewaren. Jong heerlijk, daar niet van, maar na een jaar of tien beginnen ze echt sensationeel te smaken.

Prachtproeverij dan ook: Cotat terug tot 1975. Unieke proeverij in restaurant Halvemaan. Officieel dicht, die avond, dus we hielpen John Halvemaan wat met dekken en afruimen. De prachtig bijpassende gerechten waren allerminst vrijblijvend.

Witte sancerre (er is ook een paar procent rood en rosé van pinot noir) komt van de sauvignon blanc.

De proeverij begint met de 2002. Net als 1947 of 1976 een prachtjaar, zo rijp en rijk. Een van de mooiste van de eeuw — oeps. Dat wordt van ongeveer elk jaar gezegd dat niet verzopen is in hagel en regen. Een mooi jaar, bedoel ik. Zo mooi, dat de appellationautoriteiten de wijn atypisch voor sancerre vonden. De 2002 van Cotat moet door het leven als vin de table. Natuur versus bureaucratie. Ik weet wel waar ik voor kies.

Dan de 1999’s. De bloemige, krachtige Monts Damnés, de mineralige, slanke Culs de Beaujeu en de rijke, veelzijdige Grande Côte. En dan het verleden in. 1997, de prachtige, piepjonge ‘96, ‘95, ‘91... schitterende ‘86 en ‘83... De verschillen tussen de wijngaarden zijn constant. Ieder jaar geeft er z’n eigen draai aan, en met de tijd rijpen en verdiepen het karakter en de verscheidenheid.

Nicolaas Klei - Wijnwijs van A tot Z