Het zoemt al een tijdje rond: garnacha (a.k.a. grenache) is hard op weg de nieuwe hitdruif te worden. Eerst een beetje tweede, en soms zelfs derde viool spelend, in Rhôneblends, en ook in Spanje, veelal in non-descripte meng-tinto's of anders wel in eenvoudige rosado's.
Steeds vaker mag ie echter alleen op stap. Misschien komt dat wel omdat ie - met dank aan de opwarming van de aarde - het zo goed doet in warme, droge omstandigheden. Maar wellicht heeft ie zijn toenemende vraag naar solo-optredens wel te danken aan het feit dat ie zo'n lekker zoet sap geeft. Vol bessen, aardbeien, kersen, een snufje peper, opdat wij niet vergeten dat we hier met wijn te maken hebben.
Enfin, Astrid en Thérèse weten zulke dingen, natuurlijk. Zij vonden er eentje in een van de oudste wijnstreken van Spanje, in Cariñena, in de regio Aragón. En weten ook dat ze 'm daar nota bene lekker fris drinken.
Zo houden ze daar het hoofd koel. Het is er al immers warm genoeg.