Lagrein, de eigen druif van het hoge Italiaanse noorden. Licht geparfumeerd met viooltjes, de smaak van beschaduwd zwart fruit, compact, energiek en sappig.
‘Heel drinkbaar en toch weerbarstig', hoorden we ’m ooit gekarakteriseerd worden door een Italië-specialist.
Mooi gesproken. Maar 'm drinken is toch lekkerder.
Bessig is deze, pruimen, niet te rijp, groen blaadje er nog aan, bramig, geen spoortje zoet. Wat koeler serveren maakt 'm nog wat smakelijker.