Portugal is goedbeschouwd net zoiets als Zuid-Frankrijk: een weelde aan lokale, inheemse druiven die op talloos veel manieren gecombineerd worden om unieke wijnen te leveren die nog steeds veel te onbekend zijn.
Verschil met Zuid-Frankrijk: Portugal heeft heel veel meer van die inheems druiven, en ze zijn nog veel onbekender. Van de Zuid-Franse grenache en syrah heeft tenslotte iedereen wel eens gehoord, en ook viognier klinkt bekend in de oren. En van d wijnen zijn vooral de witte veel te onbekend en ondergewaardeerd.
Maar vraag naar Portugese wijn, en men komt niet verder dan port. Dat er ook ander rood is, dat er zelfs wit wordt gemaakt: geen idee.
Een inburgeringscursus dus, deze witte Portugees van lokale druiven viosinho, gouveio en rabigato. Onalledaags, waarschuwden we bij een eerder oogstjaar.
Lekker anders, hadden we ook kunnen zeggen. Slank, voornaam wit met veel kruidige geuren, fraaie zuren, iets strengs dat aan de stenige, zonovergoten Dourovallei zelf doet denken. Wijn om langzaam nippend mijmerend van te genieten, terwijl je je verbaast en verheugt dat zoiets bijzonders zo onbekend is.