De familie trebbiano is groot en wijdvertakt, en zelden is er iets vriendelijks over gezegd. Behalve over de trebbiano spoletino. En laat net die nou bijna zijn uitgestorven. Gelukkig werd hij rond 2000 op het nippertje gered. Van de paar honderd meer dan een eeuw oude stokken die er nog stonden werden stekjes gemaakt. Kreeg hij een tweede leven, nieuwe kansen.
Waarna enkele bijzondere wijnboeren, zoals de Umbrische familie Di Filippo er enthousiast mee aan de gang gingen. En nu deze Farandola maken. Een zeer bijzondere bianco. Bij een eerdere oogst vergeleken we ‘m met fascinerende witte bourgogne, met zijn romigheid, zijn morieljes, zijn eikenhout en zijn truffeltjes, witte rhône en zijn kruiderij, en witte bandol met zijn garrigue, zijn stevigheid en zijn zuren….
Doet-ie ons ook nu weer aan denken. Klinkt complimenteus. Is het ook. Maar die wereldverbeteraars die spoletino van de ondergang hebben gered wachten natuurlijk op het moment dat iemand zegt: “Wat een verrukkelijke witte bourgogne. Doet denken aan goeje spoletino!”
En terecht. Want een unieke wijn van een bijzondere druif.